Kleurrijke contrasten

Op dit moment wordt het snijwerk verguld. Op de foto is de eerste hand er aan gelegd. Er moeten nog een aantal bewerkingen volgen voordat het gewenste resultaat bereikt is. Het wordt een kleurrijk geheel. Het feestelijke blauw van de linten steekt mooi af tegen het goud en het groene blad. De fluit is subtiel met bruin aangezet. Het blad en de vrucht van de notenboom refereert aan de gebruikte houtsoort van de orgelkas. In het orgel staat nu de Traverso, de Holpijp en de Fluyt 4′. De Traverso is vanaf c” overblazend en krijgt dan ook de dubbele corpuslengte. Zelfs met deze registers is het musiceren al geweldig en zijn er diverse registraties mogelijk. Wat een feest zal dat straks worden als de resterende registers ook geplaatst zijn. Inmiddels is een begin gemaakt met de pijpen voor de Fluyt 2′.

IMG_5217b IMG_5225 N70_8278

N70_8262

Advertenties

. . . slechts een paar micron dik

De Holpijp staat inmiddels volledig in het orgel. Een stevige toon vult de ruimte. Dat klinkt goed. In de werkplaats wordt nu verder gewerkt aan de Traverso. Er staan al een paar op de windlade. Ze vullen de Holpijp goed aan, geven hem kracht en helderheid. Ik zit even wat te pingelen op het orgel en trek de Traverso er bij . . . .  dan komt Rini opgetogen binnen  “. . .  yesss het wordt feest!” Op de werkbank liggen een aantal pijpen klaar om afgewerkt te worden. Daar waar de machine het af laat weten doet de “hand” kundig werk. In vlotte streken wordt er steeds een “lint” hout ter dikte van een paar micron afgeschaafd. De krullen zijn zo dun dat je er haast door kunt kijken. Na het schaven worden weer een aantal pijpen voorzien van het labium, als de lijm droog is dan kan er weer geschaafd worden.

N70_3459N70_3468N70_3505

N70_3524

N70_3457

Voetje voor voetje . . . .

Het was een heerlijk moment toen ik de kleine orgelmakerij binnen stapte. De warme sfeer en de geur van hout kwam mij tegemoet. Op de werkbank verschillende bakjes met kleine blokjes hout. De grootste zo’n 18 mm in het vierkant en ongeveer 5 cm lang. En kleinere blokje in de andere bakjes.  En aan de draaibank wordt er druk gewerkt. Met grote precisie worden uit die blokjes pijpvoeten gedraaid. Het duurt maar even en de volgende voet is aan de beurt. Met een grove beitel om het blokje rond te maken, daarna een kleinere beitel tot de juiste dikte bereikt is. Dan het deel wat in de pijp gelijmd wordt. Even een schuurpapiertje er langs en de voet is klaar. De bas van de Holpijp staat inmiddels in het orgel. Daarnaast staan er een paar kleinere pijpjes van de Holpijp en twee pijpen van de Traverso. De labia zijn tijdelijk vastgeplakt met een stukje tape tot het hele register geïntoneerd wordt. De Holpijp laat een volle en ingetogen toon horen. Zelfs in deze beperkte omvang is de speelvreugde al groot evenals het verlangen naar het andere pijpwerk.

N70_2578N70_2554N70_2660 N70_2689 N70_2674

Een klein “broertje”

De vervoersbalk heeft zijn plaats in het instrument ingenomen en heeft er zelfs een klein “broertje” bij gekregen. Een smalle plank, onder de windlade, voorziet vijf kleinere pijpen van wind. Deze vervoersplank bestaat uit twee lagen. Voor de kleine vervoersplank zijn de conducten, die “in het zicht” blijven, van orgelmetaal gemaakt. De grote balk die onderin het instrument ligt heeft messing conducten gekregen.

N70_1961    N70_1963N70_1970

De hanger waar de afgevoerde pijpen in staan is afgewerkt met een ojief. Een klein detail dat de liefde van het ambachtelijke werken met vormgeving, verhoudingen en materiaal weerspiegelt. Ook de uitvoering van de poten laat dat zien.

N70_1986N70_2015

Vervoersbalk

Inmiddels is de vervoersbalk klaar. Even een paar foto’s. Op de grote gaten bovenin komen de grote pijpen van de Holpijp te staan. In de kleine gaten voorin komt een conduct dat naar de windlade gaat. De pijpen worden afgevoerd omdat ze te groot zijn voor een plaatsje op de windlade. Dat is duidelijk te zien, vergelijk  de afstand tussen het eerste en het laatste gat van de bovenste – grote – gaten maar de kleinere gaten voorin de balk.

IMG_4197IMG_4194 IMG_4195

. . . een eigen windkanaal

Er wordt weer volop aan het orgel gewerkt. De tremulant is geplaatst en heeft een mooie slag mee gekregen. Verder zijn de stekers klaar en hebben ze allemaal hun eigen plaats ingenomen. Belangrijk voor het goed functioneren omdat iedere steker onder een iets andere hoek staat. Gemakshalve hebben ze allemaal een volgnummer gekregen. Vandaag is er aan de vervoersbalk gewerkt. In vier planken worden de vervoeringen uit gehakt en daarna aan elkaar verlijmd. Op die manier krijgen twintig pijpen, die naast de windlade staan, hun eigen windkanaaltje.

N70_8054

N70_8046

N70_7980  N70_8028   N70_7997

Stekermechaniek

Omdat de windlade onder het klavier ligt wordt gebruik gemaakt van een steker mechaniek. Dunne houten latjes met aan het uiteinde een stift die het ventiel naar beneden drukt. Omdat de windlade breder dan het klavier is waaieren de stekers uit. De uiteinden van iedere steker staan onder een andere hoek. Een secuur stukje werk dus. Door de vierkante vorm kunnen de stekers nooit in de stekerkam draaien.N70_0633N70_0637N70_0638N70_0668N70_0652